Jenaplan

Jenaplanonderwijs

Wij zijn een Jenaplanschool. In dit filmpje kunt u zien wat dit betekent:

 

Ritmisch weekplan

Wij werken op school met een ritmisch weekplan. Hierin wisselen vier basisactiviteiten elkaar in een vast ritme af tijdens de dag en de week. Door deze indeling van tijd ontstaat er een herkenbare regelmaat en structuur waarin kinderen zich thuis voelen. De vier basisactiviteiten zijn: gesprek, werk, spel en viering. Deze vormen de rode draad in ons onderwijs. Ze komen voor in elke cultuur en in alle tijden. Het zijn sociale activiteiten die elkaar aanvullen, waarbij volwassenen en kinderen samen actief zijn en waarbij de totale persoon wordt aangesproken. De gedachte hierachter is dat het in het schoolleven niet alleen maar om het werken gaat, zoals dat ook in het echte leven niet het geval is. Daarbij wordt erkend dat mensen op verschillende manieren leren: met hoofd, hart en handen. Zo kan er een leefwerkgemeenschap worden gerealiseerd waarin kinderen leren én leven binnen de vier basisactiviteiten. Samen praten, samen spelen, samen werken en samen vieren.

Gesprek:
Gesprek staat voor communicatie tussen mensen. Door met elkaar in gesprek te gaan kunnen we elkaar informeren en andermans mening en gevoelens beter leren begrijpen. Kinderen denken mee over de inhoud van de gesprekken, ze dragen onderwerpen aan. Een belangrijke werkvorm hierbij is de kring, omdat iedereen elkaar goed kan zien en de betrokkenheid van de gesprekspartners optimaal is. Voorbeelden van kringen zijn de vertelkring, de projectkring, de leeskring, de nieuwskring. Naast groepsgesprekken in de kring is er ook ruimte voor één op één gesprekken tussen de leerkracht en het kind. Het streven hierbij is te luisteren naar wat het kind werkelijk wil zeggen om zo het kind te verstaan.

Werk:
Bij werk staat het aanleren van kennis en vaardigheden centraal. Deze zijn nodig om de wereld om je heen te begrijpen en om er later een plek in te vinden.
We doen dit onder andere m.b.v. methodes. Zo adaptief mogelijk bieden we de instructies aan, dit betekent dat we op sommige momenten klassendoorbrekend werken. We stimuleren de kinderen naar vermogen te presteren en zo het beste uit zichzelf te halen. We willen de kinderen mee laten denken over hun eigen leerproces en leren te reflecteren op eigen werk. Dit gebeurt onder andere tijdens de portfoliogesprekken. Belangrijk vinden we dat kinderen de ruimte krijgen op hun eigen manier te leren. In samenspraak met de leerkracht gaat het kind daarmee aan het werk. De vakken geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde en biologie worden geïntegreerd aangeboden in projecten. Hierbij wordt de leerstof verpakt in een thema.

Spel:
Samen spelen is in alle bouwen belangrijk, omdat kinderen zo leren samen te werken en rekening met elkaar te houden. Spel betekent voor kinderen letterlijk spelenderwijs leren, het verwerken van opgedane indrukken en ervaringen en het uiten van zichzelf. Kinderen ontdekken tijdens spel hun eigen belevingswereld en die van anderen.
Met vrij-, begeleid- en geleid spel kunnen doelen worden nagestreefd. Vormen van spel zijn toneelspel, vrij buiten spelen, bewegingsonderwijs, dans, muziek en gezelschapsspelen.

Viering:
We hechten grote waarde aan vieren, ondermeer vanwege de positieve invloed op het pedagogisch klimaat. Door samen te vieren wordt uitgedragen: we zijn een gemeenschap en iedereen hoort erbij. Samen vieren doen we in de groep en met de hele school. Wekelijks vieren we de opening en afsluiting van de week. Elke week is bij toerbeurt een groep verantwoordelijk voor de inhoud van de opening en sluiting. Ook projecten en Sint, Kerst, Pasen vieren we met de hele school. Zo ontmoeten de kinderen van de verschillende groepen elkaar en is de betrokkenheid op elkaar groot. Genieten van elkaars presentaties en het samen plezier maken bevordert de saamhorigheid van de kinderen onderling. De oudere maatjes helpen de jongere maatjes, dit komt de sfeer ten goede.

Visie

Ieder kind is uniek, dus accepteren we dat de één anders doet en leert dan de ander. Dat houdt in dat niet elke aanpak bij iedereen hetzelfde werkt. Door open gesprekken te voeren met kinderen en hun ouders hopen we voor iedereen de meest wenselijke leersituatie te creëren. Dat betekent dat we steeds op zoek zijn naar de beste aanpak. Soms vragen we daarbij hulp van externe specialisten. Een goed contact tussen ouders en school vinden wij belangrijk. We hebben immers hetzelfde doel voor ogen: het beste voor het kind!

Stamgroepen

Kinderen werken en spelen bij ons op school in zogenaamde stamgroepen. In een stamgroep werken kinderen van drie leerjaren met elkaar samen. Het zijn heterogene groepen. Kinderen van verschillende leeftijden kunnen van elkaar leren en elkaar helpen. Ieder heeft daardoor een eigen rol binnen de kleine gemeenschap van de groep. Je rol verandert steeds, ben jij eerst nog de hulpvragende, volgende keer misschien de hulpgevende. Dit stimuleert het samenwerken. Ook de durf om hulp te vragen en te geven draagt bij aan het verstevigen van het zelfvertrouwen van kinderen. De sfeer in de groep en de veiligheid en vriendelijkheid die je voelt bij elkaar, is hierbij belangrijk. De stamgroep wordt geleid door de stamgroepleider (leerkracht).

Wereldoriëntatie

Wereldoriëntatie is bij ons op school een belangrijk vormingsgebied. Het vormt het hart van ons onderwijs. Bij het ontdekkend en onderzoekend handelen verkennen kinderen de wereld om hen heen. Kinderen krijgen de gelegenheid om hierbij eigen werkwijze en interesse gebieden aan te boren. Eigen initiatief wordt gewaardeerd. We trekken de “wereld” in of halen de “wereld” in de school. We bezoeken bijv. bedrijven, we trekken de natuur in, nodigen verschillende gastsprekers uit. Wereldoriëntatie wordt in projectvorm aangeboden en staat als vak niet alleen, ook taal- en rekenlessen kunnen erin verweven worden.

Voor meer informatie kunt u terecht op www.jenaplan.nl